Competenties

Medewerkers worden beoordeeld aan de hand van vooraf vastgestelde competenties. Een competentie is een (gedrags)kenmerk dat onderscheidend bijdraagt aan succesvol functioneren en daarmee aan het realiseren van de doelen van de organisatie. Waarom de ene medewerker succesvol is in zijn functie en de ander niet, heeft te maken met kennis en vaardigheden, maar ook houding en gedrag, ofwel met competenties.

1. Organisatiebrede competenties

Dit zijn (gedrags)criteria waar alle medewerkers binnen een organisatie aan moeten voldoen. Hiermee toon je de normen en waarden die een organisatie belangrijk vindt. Voorbeelden zijn klant- en servicegerichtheid en resultaatgerichtheid.



2. Functiegerichte competenties

Functiegerichte competenties zijn datgene wat je 'goed' maakt in een functie. Met deze competenties kan een werknemer zich onderscheiden in een specifieke functie. Voor een salesmedewerker is het belangrijk om commercieel te zijn terwijl een financieel medewerker zich met accuratesse kan onderscheiden.

3. Algemene competenties

Bij de algemene competenties wordt gekeken naar de werkhouding en competenties die niet functieafhankelijk zijn. Hierbij valt te denken aan flexibiliteit, samenwerken en het nakomen van afspraken.